Omhoog

Geschiedenis

 
In de jaren na 1830 maakt de textielindustrie in Twente een stormachtige ontwikkeling door. Het blijkt aantrekkelijk te zijn om in Duitsland fabrieken neer te zetten.. Zo richt de Enschedese katoenspinnerij in 1850 een katoenspinnerij op in Gronau. Korte tijd later sticht de familie Ten Cate een weverij en een ververij. In 1854 ontstaat de firma M. van Delden en direct over de grens bij Glanerbrug in 1888 de Baumwollspinnerei Eilermark en twee jaar later de Baumwollspinnerei Gronau, om er enkele te noemen. Er was niet alleen werk aan de overkant, maar ook de jeneverstokerij van Viefhus. "Dorp van smokkelaars en dronkaards," zei men smalend over Glanerbrug, maar het dorp groeide, zandpaden werden verhard, de strijd tegen de verwildering en de drankduivel werd aangebonden. Allengs werden de werkdagen korter en de lonen hoger. Reeds in 1909 werd met trots gewag gemaakt van een gehucht dat een stadje van 4000 inwoners en vier kerken was geworden.

Al in 1893 was door de (hervormde) Vereniging voor Evangelisatie aan de Gronausestraat een noodkerkje gebouwd op een stuk hei, dat beschikbaar was gesteld door Hermannus Lutje Schipholt. Het kerkje had 100 zitplaatsen en was zo klein dat de predikant vanaf de preekstoel iemand die hoestte zijn glas kon aanreiken. De gemeente groeide onder de leiding van godsdienstleraren voorspoedig en kon, moest, een grotere behuizing bouwen. Dat werd het huidige gebouw aan de Gronausestraat. Dat werd op 24 mei 1906 ingewijd. De R.K.-kerk van bouwpastor Meijer stond er net wat eerder. Zij dateert van 1903. Omdat Glanerbrug immers een arm dorp was moest er zwaar gesteund worden op giften van buiten. Van de f 17.000, die de Hervormde kerk uiteindelijk kostte werd door de eigen gemeente ongeveer f 1300 zelf bijeengespaard. Er moest f 4500 geleend worden.

Nadat hij in 1905 als hulpprediker was aangesteld, kon na het zelfstandig worden van de Hervormde gemeente Glanerbrug als eerste vaste predikant Ds. J.C. Helders aan het werk gaan. De kerk kende in die tijd een bloeiend verenigingsleven, waarbij de muziekvereniging Wilhelmina een bijzondere plaats innam. Ook toen al leverde zij haar bijdragen aan Kerst- en Paasvieringen. Voor de predikanten, zo schreef Ds. de Groot later, betekende dit verenigingsleven wel een grote verzwaring van hun taak, aangezien zij meestal voorzitter of erevoorzitter waren en geacht werden de feestvergadering te leiden en de bazars te bezoeken. Dit naast het normale werk: tweemaal preken op zondag, om 8 uur en om 10.30 nog eens. Eens in de maand preken in het ziekenhuis in Gronau en in de week in het lokaal over het spoor en in de zomer 's middags straatprediking. Daarnaast achttien uur catechisatie. Tijdens ziekte van een collega nog zes uur in Delden. Tenslotte nog talloze begrafenissen en huwelijksinzegeningen. De leden van de gemeente waren uit allerlei streken van het land afkomstig. Daardoor waren er onder de leden mensen van veschillende richtingen. Dit leidde er toe dat er nogal eens heftig conflicten waren tussen deze richtingen in de kerk. Het leidde ook tot geloofsafval: In 1956 verzuchtte ds Geerling: Vele arbeider, zelf streng kerkelijk, hebben in hun nieuwe woonplaats voor hun gezin niet meer die vaste band met de kerk kunnen smeden, die er thuis bestond....

Wie zal de kerk vrijpleiten van schuld? Gevraagd mag worden of de gemeente altijd die mogelijkheden gebruikt heeft die haar geschonken werden in een zo groeiend en zich ontwikkelend dorp. Een nog steeds actuele vraag.

 

Dit overzicht is opgesteld door R.Roordink, waarbij gebruik is gemaakt van de volgende bronnen:
- Gedachtenis Kerkinwijding te Glanerbrug, dat ter gelegenheid van de inwijding op 24 mei 1906 werd uitgegeven
- het boekje dat onder de titel Hervormde Gemeente Glanerbrug 1906 - 1956 is uitgegeven
- het Derde Jubileum ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan
- een artikel uit de Grensstreek van 19-2-1997.

Hervormde Gemeente Glanerbrug
Gronausestraat 1200
7534AT Glanerbrug

Copyright © Ned. Herv. Gemeente Glanerbrug, alle rechten voorbehouden
op de site